Niet elk vat hoeft vermalen te worden
Inname
Elke verpakking begint bij een keuring
Een teruggebrachte verpakking gaat bij ons niet meteen op één hoop. Het eerste wat er gebeurt is kijken: wat is dit, waar heeft het in gezeten, en wat is de staat van de romp, de ring en het sluitwerk.
Dat onderscheid bepaalt alles wat erna komt. Een vat met een gave romp en een leesbaar UN-keur heeft een heel andere route dan een vat met een doorgesleten bodem. Beide zijn bruikbaar, maar niet op dezelfde manier.
Daarom vragen we bij inname altijd wat erin heeft gezeten. Niet uit formaliteit: het is de informatie waarmee we kunnen bepalen of reinigen volstaat, of dat het materiaal beter tot grondstof verwerkt kan worden.
Hergebruik
Schoonmaken kost minder dan opnieuw maken
De kortste route is ook de zuinigste. De verpakking gaat van binnen en van buiten door meerdere baden op temperatuur, krijgt een lektest en nieuw sluitwerk: deksel, ring of dop. Aan de romp verandert niets.
Dat laatste is belangrijker dan het klinkt. Zolang de romp ongewijzigd blijft, blijft het UN-keur staan en kan de verpakking ongewijzigd terug de keten in, voor dezelfde stof als daarvoor.
Zit er meer schade, dan hoeft de verpakking nog steeds niet afgeschreven te worden. Deuken worden uitgeperst en versleten onderdelen vervangen, waarna hij opnieuw de keuring in gaat. Pas als die niet gehaald wordt, gaat de verpakking de andere route op.
Recycling
Wat niet terug kan, wordt grondstof
Wat niet meer dicht of schoon te krijgen is, gaat naar de maalinstallatie. Het materiaal wordt vermalen tot maalgoed, gewassen en gescheiden op soort.
Daarna volgt extrusie tot regranulaat: korrels van gelijke grootte en smeltindex, zodat een verwerker er net zo op kan rekenen als op nieuw materiaal. Gecontroleerde kwaliteit is hier het hele punt — regranulaat waarvan je de eigenschappen niet kent, is voor een producent onbruikbaar.
Zo verlaat er niets het pand als afval. Een verpakking komt terug als verpakking, of als de grondstof voor de volgende.